Vinyl-herinnering: in a gadda da wattes?

Iron Butterfly

Ik was een tiener in een tijd dat er weinig aandacht was voor vinyl. De cd was gearriveerd en de lp was uit de platenwinkels verdwenen. Alleen, een cd kostte 45 gulden (ruim 20 euro). Dat had je niet zomaar bij elkaar. Cassettebandjes waren er ook wel, maar die waren ook duur en raakten snel beschadigd. Het schuimen door bakken met lp’s bij de tweedehandswinkel was dus een goedkoop (en stoer) alternatief.

Zo kwam een vriend van me ooit aanzetten met een afgekloven exemplaar van In A Gadda Da Vida van Iron Butterfly. In a gadda da wattes? Ja, legde hij uit, de plaat had In The Garden Of Eden moeten heten, maar de bandleden waren te zat geworden om de titel fatsoenlijk uit te spreken.

Dat dit bestaat!

Toen ik die plaat op zijn zolderkamer voor het eerst hoorde had ik de ervaring die je altijd hebt als je iets helemaal nieuws ontdekt. Het is een gevoel van: dat dit bestaat. Je kijkt elkaar aan en glimlacht mysterieus, alsof je een groot geheim deelt. Maar er is ook verontwaardiging. Zo’n plaat is al decennia oud en heeft eerst bij iemand thuis gestaan om vervolgens tijden lang te verstoffen in de ruwhouten bakken van een Bredase tweedehandswinkel en niemand had het fatsoen me even te vertellen dat er meer was in het leven dan Bon Jovi.

Klassieke hardrock, maar dan nieuw

Dat de psychedelische rock nooit helemaal verdwenen was bleek wel toen in de jaren 90 de stonerrock opkwam. Mijn voorliefde voor de stampende riffs van de klassieke hardrock zorgden dat de muziek van Kyuss, Fu Manchu, Sleep en Spiritual Beggars bij mij in vruchtbare aarde viel. Deze bands maakten klassieke hardrock, maar dan helemaal geschikt voor de jeugd van toen die helemaal klaar was met pop en opgedirkte strakkebroekenrock. Vaar mij dus. Onder invloed of niet (waarschijnlijk wel, maar goed) pikten zij het gevoel op dat ik had bij die plaat van Iron Butterfly.

Rock op vinyl: het zoldergevoel

Het zoldergevoel. Het gevoel van een paar jongetjes op zolder die dingen doen die eigenlijk niet horen. Met de illustere voorgangers van de classic rock als voorbeeld beging deze nieuwe generatie rockers vrolijk allerlei doodzonden die ik als jonge muzikant graag overnam: je gitaar zo hard zetten dat hij niet meer als een gitaar klinkt. Nummers een kwartier laten duren (Sleep maakte met Dopesmoker zelfs een nummer dat beide kanten van een lp besloeg). Te koop lopen met je drank- en drugsgebruik. Instrumentale nummers maken, terwijl de rest van de rockmuziek op dat moment draaide om het ego van de zanger. En bij dat zolderkamergevoel hoorden voor mij ook vinylplaten. Dat vonden die bands ook. Dus terwijl de rest van de wereld de MP3 ontdekte kocht ik vinylplaten. En dat is voor een groot deel te danken aan Iron Butterfly.